22. mei, 2016

Vijftig

Grafelijk

Vandaag waren we te gast in het Gravenhof te Dworp bij de vijftigste verjaardag van een dierbare collega en vriend, die ik zeer hoog schat. Ik ken weinig mensen, en ze zijn op een hand te tellen, die zo genereus zijn, en zo teder, en die zo een mystieke diepte meedragen als hij.

Het was een feest met een vrolijke, maar ingetogen sfeer. Ik voelde me volstrekt gelukkig in die omstandigheden. Er zijn nog mooie dagen in ons leven. Een onderwerp dat me bijzonder met de jarige verenigt is onze belangstelling voor de soefi mystiek van de middeleeuwen.

We zijn onafhankelijk van elkaar bij Roemi aangekomen. Ik heb elders op deze site al menige keer naar verwezen naar deze allergrootste dichter van alle tijden.  In de Wikipedia klinkt het voluit: Mohamed (D)Jalal ad-Din (of al-Din) Balkhi Rumi of Roemi (Perzisch: مولانا جلال الدین محمد بلخى رومی )

Geboren in Balch, op 30 september 1207 en gestorven in Konya op 17 december 1273 van onze tijdrekening, was hij een filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus.

Jalal ud-Din Rumi is een van de belangrijkste personen uit de Perzische dichtkunst door zijn religieuze dichten ‘die God prijzen.’ Nou dat vind ik dan weer kort door de bocht.

Ik weet niet of zijn gedichten God prijzen. Ik denk dat veel mensen een verkeerde voorstelling zullen hebben als ze dit lezen. Ik vind dat Rumi veeleer de liefde prijst, en op die manier ook weer God natuurlijk. Maar dan op een metaforische manier, op basis van parabels waarin God doorgaans niet genoemd wordt

De Masnavi bevat meer dan 25.000 verzen en wordt ook wel ‘de Perzische Koran’ genoemd. Ook weer zo een uitspraak die een nodeloos zware indruk maakt op de lezer.  Er wordt bedoeld dat dit soort boek een grote invloed heeft uitgeoefend op alle latere literatuur in dezelfde taal, en dat de Koran voor het Arabisch dezelfde rol vervult als de Masnavi voor het Perzisch, en pakweg de Statenvertaling voor het Nederlands.

Er wordt niet bedoeld dat de Masnavi de Koran naar de kroon zou steken. Ik denk dat de Mevlana van Balkh, de leermeester voor de beweging van de derwisjen en velen daarbuiten, vreemd zou opkijken van dit soort uitspraken over zijn werk. Hij zou zich zeker niet willen meten met de Koran.