1. mei, 2016

Sint-Jan

Rusteloos lijk

We gaan iets schrijven over de Spaanse heilige, mysticus, dichter en kerkleraar Johannes van het Kruis, of in het Spaans: Juan de la Cruz, geboren als Juan de Yepes in Fontiveros (Ávila) op 24 juni 1542 en overleden in Úbeda op 14 december 1591.

De ochtend na zijn overlijden kwamen tig mensen uit het stadje Úbeda naar het klooster waar hij had geleefd en zij scheurden zowat zijn pij aan stukken, om een stukje relikwie te bemachtigen, in de overtuiging dat hij heilig was.

Aanvankelijk werd hij begraven in Úbeda, maar de taferelen die zich daar afspeelden deden het moederklooster in Segovia besluiten zijn resten in het geheim naar daar te brengen. Zo hadden ze het in Úbeda echter niet begrepen en ze stuurden een volgemachtigde naar de Paus om te bekomen dat het stoffelijke overschot opnieuw naar zijn oorspronkelijke rustplaats zou worden teruggebracht.

Paus Clemens gaf daartoe in een breve opdracht op 15 Oktober 1596. De top van de ontschoeide karmelieten voerde verhitte discussies die tot een compromis leidden, waarbij het klooster van Úbeda een arm en een been terugkreeg. Dat been hadden ze al, en mochten ze houden. Ze hadden dat achterovergedrukt ten tijde van de geheime overbrenging in 1593 naar Segovia.

De arm daarentegen was in Madrid verwijderd en daar aks relikwie achtergebleven toen het stoffelijk overschot van de heilige daar op doortocht was om aan de volksverering te worden aangeboden alvorens de overblijfselen in Segovia enige, zij het gedeeltelijke rust vonden.

Het hoofd en de romp werden er vereerd tot Rome in 1647 de verering van niet goed gekeurde relikwieën verbood. Daarom werd het stoffelijk overschot begraven tot het in 1930, na de uitroeping tot kerkleraar, weer werd opgegraven, om een voorlopig weer een laatste rustplaats te vinden in zijn eigen marmerzerk in een zijkapel boven het altaar dat toen voor hem gebouwd is.

Met Teresa van Avila heeft hij niet alleen een belangrijke hervorming gespeeld in de religieuze vernieuwing en herbronning van onder meer de karmelietenorde, en ver daar buiten, maar samen vormen ze ook het hoogtepunt van de Spaanse mystiek.