18. apr, 2016

Voetbalshow

Om het af te leren

Laat Herman Brusselmans doen waar hij goed in is en over voetbal praten, liefst op een zender waar ik toch niet naar kijk en waar ik er geen last van heb. Een commerciële zender bijvoorbeeld, en dus niet langer met geld van de belastingbetaler op de openbare omroep. Maar laat hem zich alsjeblieft niet bemoeien, met een maatschappelijk debat dat ook zonder hem al verziekt wordt door goedkope veralgemeningen en ingewortelde vooroordelen, die hij alleen op een rijtje heeft gezet.

Er is vast een publiek voor dit soort prietpraat, die heel grappig zou zijn, als het niet zo pijnlijk was, maar ik loop er liever in een boog omheen. Ik heb ook geen zin om elke kromme redenering recht te gaan zetten, want er is geen linea die geen omstandig antwoord behoeft.

Slechter dan slecht is voor mij nog geen goed.

Het is niet omdat je er in slaagt de grens van de slechte smaak steeds verder op te schuiven, dat je van een slecht ineens een goede artiest wordt.

Hier komen we Günther D. weer tegen. Dat andere carnavalsmasker dat de ether teistert, zij het veelal de radio in zijn geval met een scheef taaltje en een zeer suggestieve manier van vragen stellen, waarbij hij geregeld luisteraars in hun hemd zet. Uitlachradio met een bittere nasmaak.

Een goed deel van Vlaanderen loopt hoog op met deze clownsfiguren, laatstgenoemde die in zijn eentje de avonden bij Studio Brussel bederft, en Herman met zijn zure oprispingen, en zijn kop van iets wat door de kat naar binnen is gebracht.

De Vlaamse publieke opinie sluit hen in haar armen, smult van hun beledigingen, en herkent zich in de reactionaire praat die daar schaamteloos verkocht wordt. In het geval van Brusselmans met de flagrante ontkenning van  een groot maatschappelijk probleem, met name het racisme, dat volgens Herman niet bestaat.

Wie het bestaan van onrecht miskent, is er medeplichtig aan. Het zegt veel over Vlaanderen en wellicht ook over mezelf, die me daar wond aan schaaf. Ja, ik heb het moeilijk met de bodemloze kretologie die een bekrompen, kortzichtig en benauwend standpunt poogt te verdedigen, dat in wezen alleen berust op egoïsme en culturele hegemonie.

Op het einde is het altijd weer dezelfde conclusie: wij zijn niet beter dan zij. Laten we daar maar eens van uit gaan. Een kniesoor is wie dat wil weerleggen.