Tralies

Ten geleide

De gevangeniscyclus is in de schoot van Myriade ontstaan op basis van woord en wederwoord, met hergebruik van enkele bestaande sonnetten.
We zien hier de bijdragen van wijlen Jos Voeten, een van de stichtende leden van Myriade die helaas overleden is.
Daarnaast zijn er ook bijdragen van Chris te vinden, zodat het een menage à trois is geworden.
Als dusdanig is het een unieke reeks die we graag met de lezer delen.

Gevangenisdijen

Gevangenisdijen

Jos

Wat lees ik daar in mijn e-mail-krant vandaag:

"Brazilianen kiezen Miss Gevangenis"!

Dat is maar al te gek, wat een gebeurtenis!

Dat wordt beslist een vreselijk gedonderjaag!

 

Bij dit bizarre nieuws stel ik mij wel de vraag:

Zitten de juryleden ook in hechtenis?

Of neen, misschien sla ik de bal volledig mis

en doen de strafbewakers zelf dit even graag?

 

Indien dit niet zo is stel ik mij kandidaat,

mijn goede wil, mijn naastenliefde kent geen maat,

want ook al is de inzet verre van gering

 

ik heb geen schrik van elke zelfopoffering.

Daarbij, die lieve dames zijn erbij gebaat

want Misses kiezen is mijn vak, ik ben paraat!

 

 

                               Jos Voeten     - 051126 -

 

 

Getijen

Getijen

Peter

 

Bevrijd me Heer, de Luisterrijke, Goedertieren!

En maak me los, ontkluister mij, gevangen in

De tralies van de vrije wil, de grendelpin

Onttrokken aan het celdeurslot. De ketting vieren.

 

De deur vliegt open op haar hengsels en scharnieren.

Het rechte pad op en die richting sla ik in,

Niet langer meer verscheurd door zin en tegenzin,

En heen en weer tussen getwist en twijfel zwieren.

 

Lankmoedige geef mij uit klare bron te drinken

Kristalglas vol van rotsenwater. Mijn gemoed,

Van de verwarring opgestoven, zal bezinken.

 

De geest ontsluierd voelt gelaafde ziel zich goed.

Gewiegd op ‘t eindeloze stijgen… en weer slinken,

Als waterboezem adem haalt in eb en vloed.

 

 

Bevrijen

Bevrijen

Chris

 

Bevrijd ons toch van het sonnet, o god,

Het houdt mijn creativiteit gevangen

in veertien regels met een vaste gang, een

oud corset met veertiental baleinen

 

en dan steeds dat octet,  die twee kwatrijnen

die altijd weer datzelfde rijm verlangen

je kunt er heel Versailles mee behangen

het is een val, het grijpt mij bij de strot.

 

Weg met de vorm, nu voort op vrije voeten

dan  zult u zien, dan word ik creatief

de woorden zullen voortaan uit mij spuiten

 

zonder corset van regels ben ik niet te stuiten

…eh….wat ik verder dichten wilde…

eh….vorm….eh...regels….snel! een slot!

 

 

 

Glinsterkeien

Glinsterkeien

Peter

Who cares, you know?

 

De monnikskap geplooid, daar gaan de kloosterlingen:

Kazuifel, schapulier, in stemmig grijs en bruin,

Het borstkruis hangt aan vogelkopjes beetje schuin,

Terwijl ze van hun Schepper en hun Herder zingen:

 

De architect van het heelal en maat van alle dingen!

Zo lopen ze het vierkant rond de kloostertuin.

De cellenbroers met glad geschoren schedelkruin

Gebrek aan liefde in hun koorzang af te dwingen

 

Tien weesgegroeten voor een hele onzevader,

O aflaatvogel in uw vagevuur blijf kalm.

Wacht, daar ontsnapt een hoge stem uit lager kader.

 

Uit engelborst ontluikt spontaan een trillerpsalm:

Vroom achternagezeten zingt het altegader,

Meervoudig weergegeven door gewelvengalm.

 

Betijen

Betijen

Chris


Bevrijd me weer, mijn ziel, van mijn geweten!

O, maak mij los, ontluister mij niet meer

in deze cel van wroeging. Geef mij weer

een toekomst en verlos mij van de keten

 

van mijn geschiedenis. Ik wil vergeten

en vrij zijn van mijn daden van weleer.

Herinnering slaat mij zozeer terneer

dat ik al maanden nauwelijks heb gegeten.

 

Gespletene, laat mij mezelf vergeven

de vrije wil bestaat, al is zij zwak

ik zal met haar toch verder moeten leven

 

dus sta me toe dat ik mijn biezen pak

en wandel naar de toekomst, om het even

of ik straks toch weer door de bodem zak.

 

 

Medelijen

Medelijen

Jos

 

Bevrijd mij Heer, voorgoed van mijn verleden

heb medelijen met uw broddelaar

wat vroeger was valt mij bijwijlen zwaar

de foute paden die ik heb betreden.

 

Verhoor nu Heer, verhoor nu mijn gebeden

vergeef mij mijn gedrag als rijmelaar

als knoeier, prutser en als sukkelaar

en nog veel meer van die onhandigheden.

 

Geef mij een kans, ik wil opnieuw beginnen,
vol goede wil, met liefde, blij van zin,
ik wil de juiste muze gaan beminnen.

Misschien, als ik mezelf kan overwinnen
als klungel, dat ik, desalniettemin,
ooit nog een goed sonnet weet te verzinnen.

 

 

Kastijen

Stop het zelfkastijen

Chris

Wat vroeger was, valt hem bijwijlen zwaar

De foute paden die hij heeft betreden

Heeft hij gecamoufleerd met waardig heden

Maar soms noemt hij zich toch een broddelaar.

 

Wie zijn verhalen las vindt dat maar raar

En zijn gedichten tonen vaardigheden

Die wijzen op zeer nuttig tijdsbesteden

Al is zijn proza beter, dat is waar

 

Zijn smeekgebeden aan een onbekende

Doen denken aan de schoolklas van weleer

Waarin zo’n klasgenoot,  die elke keer

 

Beweerde dat hij weer een onvoldoende

Had. Maar ja, dan was het dus veeleer

Een acht of zo. Hé Joske, klaag niet meer! 

 

 

Bakkeleien

Bakkeleien

Jos    

Wie daagt mij uit, wie doet of hij wil vleien,

wie schiet met scherp, een verre afstandsschot,

niets is zo erg als valse milde spot,

dit gaat te ver, dit noem ik bakkeleien.

 

Noordwaarts van hier, in koudere contreien,

is iemand boos, hij ergert zich verrot

omdat hij vroeger als student, ochgod,

zich nooit in goede cijfers kon verblijen.

 

Acht kreeg hij nooit, een zes was al "bravo!"

dus wierp hij zich maar op de poëzie

maar zelfs sonnetten telde hij verkeerd

 

het zouden"Liechtensteiners" zijn of zo

een soort gecamoufleerde afasie.

Maar goed, het weze hem gepardonneerd!

 

Datering

051129 –

Spotternijen

Spotternijen

Chris

 

Het is gelukt, U wilde stoppen.

Een prikje maar en kijk eens aan:

U laat zich onbelemmerd gaan

en zie U nu eens schoppen!
 
 

Het was niet moeilijk, U te foppen.

Wat milde spot kon al volstaan

een ‘ke”-tje aan uw jongensnaam

en wild aan ‘t dansen zijn de poppen!
 
 

Komaan, mijnheer, ik dol maar wat

En lok U uit tot tegenspel.

‘t Is tennis voor de lol, niet voor gewin.
 

We liggen hier niet op een mat

We slaan slechts ballen, hard en snel

Met spin, maar wel tussen de lijnen in.
 
 

Datering

Chris 29 november 2005, 23 minuten

Dank Jos, eindelijk reden voor een Liechtensteiner

 

Pijen

  Grofkorrelige pijen

Peter

Maak mij door Uw Genade helder weer van geest.

Ik wens geen tussenkomst en ook geen medelijen

En ook geen bedelordestoet in jutepijen

Geen menigte die gescandeerd de bijbel leest

 

Als ik hier aan uw rand zit, wens ik nog het meest

Wat wijkt en stijgt en ik laat eb en vloed betijen

Daar mag de ene golf de andere berijen

De ene na de andere die zielenpijn geneest

 

Dan komen beide uitersten in een maal samen

Daar breekt een tijd van diepe overgave aan

Al barsten vensterkaders en de tralieramen

 

In mij ontluikt een rimpelloos beginbestaan

Hier juicht de vrucht bevrijd hallelujah en amen

En stort zich in een uitgestrekte oceaan

Rijmenrijen

Rijmenrijen

Jos

Toen Roemi dan in Oosterse gedichten
zijn wonderbare wijze woorden sprak
in sierlijk Perzisch en het metrum strak
om ons op zijn manier te onderrichten

toen wees hij ons op onze plichten
aan vrije wil had hij ten zeerste lak
voor wet en waarheid ging hij uit zijn dak
hij wilde ons verstandelijk verlichten

toch is er iets waarop wij moeten letten
die wijze Roemi kwam wel wat te kort
hij dichtte graag in strofen en coupletten

hij had verstand van derwisjenballetten
maar was een kluns in elke vorm van sport
verstond geen bal van tennis met sonnetten.

 

 

Alpenweien

  Alpenweien

Chris

Is Roemi ooit in Liechtenstein geweest?

Het geld van menig sjeik ligt er te groeien

Temidden van de koeien die er loeien

In zuiv’re lucht die rijkelui geneest.

 

Maar nee, als Roemi’s dichterlijke queest’

Hem in de alpenweiden rond deed stoeien

Dan zouden wij zijn rijmen nu verfoeien

Omdat dat strijdig  is met zoveel geest.

 

Hij gaf ons, in de oude taal der Perzen,

zijn dieper inzicht om ons te verrijken

en vroeg er nooit een cent commissie voor

 

Maar niemand leest in deze tijd zijn verzen

In Liechtenstein spaart  men ‘ t aardse slijk en

Leeft het verzenloze leven door.

 

 

Nedervlijen

Om zich bij neer te vlijen

Peter

 

Twaalf lampen die terzelfder tijd tesamen gloeien,
Lantaarns die met siersmeedwerk zijn opgetooid,
De vlam in tralieglas gevangen en gekooid:
Ze weten niet het licht maar wel de blik te boeien.

Verschillen ze van vorm, ze weten saam te vloeien.
De bundels stralenglans die ieder om zich strooit
Versmelten tot een licht dat zich op schepping gooit,
Dat knoppen barsten doet, verlangens op laat groeien.

En veel wordt één, en opent zich op vergezichten.
En één wordt veel, naarmate zich het zien ontsluit.
Op kleine beer en staartkomeet kan ik mij richten.

Naar herderster in vroege ochtend kijk ik uit.
“Mijn hartemaan ben jij, jij doet mijn ziel oplichten.”
Mijn hemellichaam is mij lichtjaren vooruit.

 

Zijen

Hoge zijen


De rups zat op zijn moerbeiblad zich vol te vreten.
Hij wentelde in vraatzucht rond op groen belust,
Zo lang hij schransen kon, om daarna uitgerust
Te herbeginnen, om een stukje bij te eten.

Tot hij gegroeid was en het blad was afgesleten.
Hij voelde zich voldaan, verzadigd, uitgeblust,
Hij rolde zich in speekseldraad, werd onbewust,
Lag ingewikkeld op zijn zijde te vergeten.

Gevangen in de tijd blijft de bewusteloze
Insectenmummie, garenpop, op dubbel slot,
Inwendig potverterend, tot metamorfose

Weer openbreekt het slotakkoord van rupsenlot:
Ontplooide Irisvleugels in apotheose,
Imago van de soort, herboren zijdemot.

 

Aflevering van 19-09-2002

In las Moradas (het inwendig kasteel) maakt de heilige Teresa van Avila gewag van de zijdeworm, eigenlijk meer een rups. Ze ziet de verpopping tot cocon als een zinnebeeld voor het sterven, waarna een eeuwig leven volgt, waar we geen benul van hebben. Product van dichterskring Myriade.

 

Welkom op onze website

Benedijen

Op dansgroep De Stilte, Breda.

 

Een kindje was er bij dat in de nacht bleef waken.

De dans was eng, vier meisjes op een wild geraas.

Al blijft er na de afloop nog een nevelwaas,

Een legpuzzel. Het had met Goed of God te maken.

 

Op het Indisch menu geen spoor van pastinaken.

De zwartepietloze mevrouw de Sinterklaas,

Werd bijna niet haar wegzakkende snor de baas

En iedereen keek toe met dichtgeknelde kaken.

 

De kardinaal gaf ons de zegen en mystère.

Daar valt met geen sonnet nog tegen op te snijen:

De grijze kerkprins met zijn wereldkerkcarrière,

 

En al dat zilvervolk in rangen en in rijen,

Eenieder in zijn voorspoed of met haar misère,

Gezalfde handen die zijn zegen benedijen.