Février naar Mucha

Ten geleide

Februari is de kortste maand, maar wel een intense.

In mijn jeugd, ten tijde van het oude, katholieke Vlaanderen, stond de maand in het teken van lichtmis, een feest dat op 2 februari werd gevierd en waarbij iedereen een kaars aanstak in de donkere kerk, zodat die feeëriek oplichtte.

De uitsmijter van deze maand verwijst vooruit naar het pastinakenbanket waarmee maart zal beginnen.

Omdat het geen gedicht van onszelf is maar van Marforio plaatsen we het buiten serie en op deze manier sluit het toch aan bij de rest van het pastinakenbanket.

Sprokkelmaand is ook de titel van een onuitgegeven roman (zie foto.)
Het eerste hoofdstuk is te vinden onder Dirk van Babylon onder sprokkelmaand.

Uitsmijter

Pastinakenblues

 

Ik stond laatst in de keuken
een kater in mijn kop
ik dacht ik stop mijn hersens
zo dalijk in een strop

Ik splijt mijn stomme schedel
ik snij mijn polsen door
ik ga mezelf verhangen
verdwijnen zonder spoor

Terwijl ik stond te braken
zag ik door 't keukenraam
een bosje pastinaken
vers uit de groentekraam

en ook nog schorseneren,
ajuinen en vet spek
ik dacht: mezelf vermoorden?
amaai! ik lijk wel gek!

Ik was in een klap nuchter
was niet meer levensmoe
at soep van schorseneren
met pastinaken toe.

 

 

Marforio


Datering

Na schrikkeldag nodigen wij u uit op een maaltijd om de maand maart mee in te zetten. Het vreemde is dat u daarbij altijd de keuze hebt uit pastinaken.
Marforio schreef deze bijdrage die voor een keer niet de vorm van een sonnet aanneemt.
Deze uitsmijter verwijst dus volop vooruit naar de maand Maart.



29 februari

Schrikkeljaar

De woorden die op niets en nergens willen rijmen:
De schaduw die de bliksem werpt als hij weer licht,
Het weerlicht dat de lucht doorklieft in zigzagschicht,
Ontladingen die witgestookt door zwerken vlijmen,

En wonden in de aarde slaan die niet te lijmen
zijn. Onheil heeft het onweer al om aangericht.
Het einde is nabij, de ure van de plicht.
En voor als nog ik van afgrijzen zal bezwijmen:

Hoor ik hoe klok herhaaldelijk een doodsuur luidt.
Sirenes klinken op en niemand hoort mij kermen.
Het angstzweet breekt mij parelend op voorhoofd uit

Echt waar. Het laat nadien een vliesje op de huid.
God wil U goedgenadig over mij ontfermen,
Mijn nageslacht en mij met sterke arm beschermen.


Datering

TWEEDUIZEND IS EEN SCHRIKKELJAAR
Schaduw, bliksem, angstzweet, doodsuur: het zijn sterke woorden die geen rijmwoord kennen in de Nederlandse taal. Toch niet met de juiste klemtoon.

28 februari

De waarde van het bewaren


"In bloei de rozenstruik, de nachtegaal is dronken."
In schenkhuis schitterend van fonkelende schijn
Weerklinken blaasriet, snaren en de tamboerijn.
Het ene na het ander glas wordt uitgeschonken,

De glazen randen rinkelend aaneengeklonken.
Er valt een rode traan in roemer vol van wijn,
Lost er in op als vreugde in de minnepijn.
De dichter in een diepe mijmering verzonken,

Verliest zijn aandacht voor het lallende geschater.
Dan zingt de liefdesvogel in het lustprieel.
Hij zingt voor het moment, zich niet bewust van later,

En geeft een les in dichtkunst aan de menestreel.
“Ik schrijf met wijn vergeefs mijn naam neer in het water”
En straks blijft niets meer over van dit tafereel.

Datering

30-03-2003
Hafiz de bewaarder

Ik las over de Perzische dichter Hafiz (ca 1325-1394 AD). Zijn naam betekent ‘bewaarder.’ De wijn is bij hem een metafoor van de liefde. Een gedicht met twee ingebedde citaten.

27 februari

Gods Dozen Van Liefde

Twee opbergdozen heeft mij God ter hand gegeven
Hij zei erbij: je bergt je zorgen in de zwarte,
Je vreugden in de gouden doos, neem dit ter harte
Zo borg ik zorg en vreugde op al heel mijn leven

De gouden opbergdoos werd zwaarder om te heven
Van blijde maren vol, maar nu komt het aparte,
De zwarte bleef maar licht, wat mijn verbeelding tartte
De opbergdoos lag op mijn handpalm haast te zweven

Nieuwsgierig deed ik kortom de zwarte doos open
En vond ze leeg met in de bodem slechts een gat
Waardoor mijn zorgen er weer uit waren geslopen

God lachte toen ik het er met hem over had.
De gouden doos, mijn kind, leert vreugden op te hopen,
Je zorgen zijn bij mij. Laat los, wat tegenzat.

26 februari

Vals spel

Met God heb ik uitvoerig zitten kakelen,
Vanavond tijdens een schaduwpartijtje schaken.
Hij speelde wit, terwijl wij over vroeger spraken,
Herinneringen zaten op te rakelen,

Geschiedenissen aan elkaar te schakelen…
Om onverminderd op het vierkant bord te waken.
Hij liet geluidloos al zijn vingerkootjes kraken,
Begon dan weer in uitspraken te makelen.

Sigarenrook. Hij neemt een slok van zijn cognac.
Hij komt op drift en kiest voor koninginrokade.
Dan leunt hij achterover en neemt zijn gemak,

En gniffelt achter torens en pionblokkade.
De beide witte lopers staan op een wit vak.
Dat kan niet, maar ik riskeer géén scheldkanonnade.


Datering

Aflevering van 16-11-2002
Het gebeurt waar u bij bent! De hele schepping is aan voorvallen en verval onderhevig, maar Hij kwam langs met een sierlijke wijnfles.

25 februari

De paniek van Pascal
     

Marf kent geen God in 't diepst van zijn gedachten,                                      

En als hij kwam dan zette hij Hem uit,

“Want rondom Hem ruikt het te vaak naar kruit,”

En op Zijn eeuwigheid wil Marf niet wachten!”

 

Je wordt er moe van, al dat moorden, slachten,

En beu gehoord de hoon die volk opruit,

Tot beeldenstorm en roofzuchtig gemuit,

Ontbonden alle duivels, helse krachten.

 

Een antwoord komt uit onverdachte hoek.

Teresa zegt: “God roept niet maar hij fluistert.

Hij spreekt ons toe in een gesprek of boek.

 

Hij fezelt zachtjes hoorbaar als je luistert.

Toch blijven velen tevergeefs op zoek,

Hardhorig en het geestesoog verduisterd.


24 februari

Het is er niet echt het seizoen voor.

Het bloed van Christus is van schandpaal afgedropen,
Zijn hals gebogen, afgeknakt. Het hoofd hangt schuin.
Vermengd met zweet en tranen zijn de korsten bruin.
Door openbaring in geschiedenis geslopen,

Weerklinkt zijn wedergalm van polen tot de tropen.
Een man met baard en snor en een geschoren kruin,
Geboren in kapotgeschoten schroot en puin:
Vandaag in Heilig Land weer uit het ei gekropen!

Daar ligt een baby met een pas verbonden naveltje.
Ik denk wel eens aan hem. Hoe zou het met hem zijn?
Een huidje dun als clementinekaveltje?

Doe goed uw ogen open. Trap niet op een mijn!
Gesperd naar voedsel open staat het snaveltje.
De keuze staat nu open: oorlog of woestijn?


23 februari

De nacht van het verstand

Apostelen die morren en die mompelen.
De nacht van Jezus in de boomgaard van Olijven:
Een nekkramp doet de aders in zijn kaak verstijven.
En alle levenstekens in het veld verschrompelen.

Judas staat klaar om Hem te overrompelen,
Mag bitterbeker aan Zijn lippen niet beklijven,
Dan zal zijn dierbaar bloed de schuld van mens afschrijven.
Eerst moet hij nog de Schedelberg opstrompelen,

Weer klinkt een krijsgeluid, metaal en scharensliep,
Als tandartsboren die bederf van tanden wrijven,
Met noodkreet die verstomt in het ontluisterd diep.

De slijpschijf van het woord slijt kiesivoor in schijven.
Van Vader die Zijn Zoon niet als een schepsel schiep,
Uit Hem geboren zonder liefde te bedrijven.


Datering

18-12-2002
Zie ook onder Onbevlekte Ontvangenis, niet te verwarren met de heruitgevonden maagdelijkheid van Maria, noch met de onbesliste aard van Christus: Geboren, niet Geschapen, volgens het Credo.

22 februari

De rooster in het klooster

De zuster ligt in onmacht, alle geesten zwervende,
Met in haar armen zijn verwrongen beeltenis.
Wat voelt zij zijn afwezigheid. Het groot gemis,
De bruidegom nabij en in haar armen stervende.

In doodsomhelzing hemelschap verwervende,
Aan erfzonde ontsnapte Zoon van Hij die Is!
Erflater van een geestelijke erfenis.
De maagd verstorven het Rijk Gods nu ervende.

En van zijn kruis kwam Hij, de kleffe en verwijfde,
Die op de maagd toe stapte en haar vochtig nam,
Dewijl een menig lid in het publiek verstijfde.

Een koele tocht waait door de gang. De huid wordt klam.
De oude Christenen en zelfs de ingelijfde,
Ze slikken Lexotan of ook bromazepam.


21 februari

Raadselachtig

Wat zal ik heidenen hun gore lust benijden?
Ik die op zoek ben naar de zwarte bruidegom,
Bij Jezus Christus, Stichter van het Christendom,
De Heiland en Verlosser van erfzondelijden,

Die weerkeert aan het einde van de onheilstijden!
Jeruzalem heeft veel gezien maar staat straks stom.
Ach kom, mijn lief mij nader bij naar mij, ja kom
Je gave maagd in eeuwigheid vol golven rijden.

Want niets is af totdat de geest zich laaft aan God.
Hoe zeer ik mij ook in de kwaadheid mocht bekwamen,
Mijn ziel verkwijnde en zij kwam maar niet aan bod,

Tot hij mij met zijn liefdesblijken kwam te pramen,
En mij wist te verleiden, en ik wist tot slot
Geen antwoord te bedenken dan wel, ja, en amen.

Datering

"Pasquino: Benijden, niet belijden, lieve schat!","Peter stuurde me het volgende raadsel: “In het hofken van heden wordt de waarheid vermeden. Gij Arnulf zult belijden dat de heidenen leden !

20 februari

Het lijdenschappelijke kruis

De minste smart der maagden was niet al het wachten.
Verbeidden zij de uitblijvende bruidegom,
Nieuwsgierig naar de grootte van zijn vorstendom,
Gespannen drukten zij hun ingewandenklachten

Zijn Komst zou al de krampen met Zijn zalf verzachten.
De maagden spraken niet en bleven stil en stom,
Terwijl het kwik naar ongekende hoogten klom.
Zo konden zij nog lang de Heer die Komt betrachten.

De maagden onversaagd, de geilen en de kuisen.
Zij zochten hun persoonlijkheid en wie ze zijn,
Bij rietstengels die aan de vijveroever ruisen,

Of knielend aan de voet van relikwieënschrijn,
Op zoek naar lafenis en persoonlijke kruisen,
Het maagdenhart verscheurd tot flarden zielenpijn.


Datering

Lijdenskruis

"Pasquino: Het lijdenschappelijke kruis","Tien maagden met hun lampen. De bijdrage van vandaag is alweer op het evangelie gebaseerd.


19 februari

Who cares, you know?


Met monnikskap geplooid, getooid de kloosterlingen:
Kazuifel, schapulier, in stemmig grijs en bruin,
Het borstkruis hangt aan vogelkopjes beetje schuin,
Terwijl ze van hun Schepper en hun Herder zingen:

De architect van het heelal en maat van alle dingen!
Zo lopen ze het vierkant rond de kloostertuin.
De cellenbroers met glad geschoren schedelkruin
Om Gods genade in hun koorzang af te dwingen

Tien weesgegroeten voor een hele onzevader,
O aflaatvogel in uw vagevuur blijf kalm.
Wacht, daar ontsnapt een hoge stem uit lager kader.

Uit engelborst ontluikt spontaan een trillerpsalm:
Vroom achternagezeten zingt het altegader,
Meervoudig weergegeven door gewelvengalm.


18 februari

Het innerlijk kasteel

De rups zat op zijn moerbeiblad zich vol te vreten.
Hij wentelde in vraatzucht rond op groen belust,
Zo lang hij schransen kon, om daarna uitgerust
Te herbeginnen, om een stukje bij te eten.

Tot hij gegroeid was en het blad was afgesleten.
Hij voelde zich voldaan, verzadigd, uitgeblust,
Hij rolde zich in speekseldraad, werd onbewust,
Lag ingewikkeld op zijn zijde te vergeten.

Bevroren in de tijd blijft de bewusteloze
Insectenmummie, garenpop, op dubbel slot,
Inwendig potverterend, tot metamorfose

Weer openbreekt het slotakkoord van rupsenlot:
Ontplooide Irisvleugels in apotheose,
Imago van de soort, herboren zijdemot.

Datering

Aflevering van 19-09-2002
In las Moradas (het inwendig kasteel) maakt de heilige Teresa van Avila gewag van de zijdeworm, eigenlijk meer een rups. Ze ziet de verpopping tot cocon als een zinnebeeld voor het sterven, waarna een eeuwig leven volgt, waar we geen benul van hebben. Product van dichterskring Myriade.

17 februari

Monddood

Pasquino zwijgt en is zijn felle stem verloren.
Niet door censuur is hij reeds al die tijd monddood;
Uit luiheid niet en ook niet door de wintersnood.
De straten toegesneeuwd, de leidingen bevroren,

De koudste winter sinds de slag der gulden sporen,
Al staan de graden Celsius flink in het rood,
De vrieskou is het niet die hem berooft van brood.
Een server-wisseling heeft hem dit lot beschoren!

Het is de software die een update heeft gederfd.
Gezeten voor het flikkerschermpje gaat hij gapen.
Zijn mond raakt niet gedicht, rekt open tot hij sterft.

Het ongeschreven woord is het ultieme wapen.
De eerste nacht dat deze dichter heeft geslapen,
Terwijl computerscherm zijn huid in kleuren verft.



Datering

Het is niet gemakkelijk de toegang tot het internet te verliezen.
dit zal wel herkenbaar zijn door allen die al eens vloekend en tierend en vol onmacht voor hun scherm hebben gezeten…..

Eens gelezen op een graf in San Michele, de begraafplaats van Venetië: La prima notte che il poeta dorma. De eerste nacht dat de dichter slaapt. Op het graf van een dichter jawel.

16 februari

Uitgewist

Vanavond wil het wonder zich niet meer voltrekken.
Hoezeer ik ook probeer, Pasquino is kapot.
Is hij de zotskap beu, de achterklap en spot?
En klaar om te verdwijnen achter Heras hekken?

Om daar een leeg bestaan nog pijnlijk op te rekken.
Monddood, de lippen toegenaaid en achter slot
De haas van de onthaasting blijft er buiten schot,
Je doet de afwas, telt de borden en bestekken.

Denkt om het uur aan dood en aan euthanasie.
De dagorde vermeldt steeds weer als laatste punt
Een angstIdee ontsnapt aan wilde fantasie:

Een kwade geest heeft het op onze taal gemunt
'k Ben sprakeloos; verstomd, puur van de afasie!
Wie is het die daar onze uitdrukking misgunt?


Datering

"Pasquino (30 Januari 2001): Pasquino ","Het is zoals altijd de  computer die meer dan tweehonderd sonnetten, de vrucht van meer dan twee jaar noeste arbeid, verloren liet gaan.

Een sumoworstelaar in een Peugeot
Slachtoffer van publiciteit
Wegens veel te veel lettergrepen geen haikoe.

15 februari

Overprikkelbare luchtwegen 

Een astma-crisis valt niet altijd te voorkomen.
Je ligt als gek te hijgen, snakkend naar wat lucht.
Je adem fluit en piept en maakt een naar gerucht.
In plaats van zuurstof die er vrij zou moeten stromen,

Zweeft stuifmeel in de lucht van struikgewas en bomen.
Fijn stof en huismijt en je slaakt gedempte zucht,
Terwijl je voor zoveelste keer nog eenmaal kucht.
Een diesel ratelend van akelige dromen!

Je blijft in ademnood nog woedend lucht aanhijgen,
De zoutrand van de lippen zorgzaam droog gelikt,
Tot tijd is aangebroken om eens voor goed te zwijgen,

Tot als je dan tenslotte eens volledig stikt.
Het vóórkomen van astma is alsmaar aan‘t stijgen.
Alsof de lucht steeds meer en meer is ingedikt.


Datering

20000402
Verstikking met een kussen in een vliegtuig door twee rijkswachters is een beter lot.
Het stuifmeel van de bomen begint al in februari.

14 februari

Koortsaanval

De dokter komt. Ik twijfel aan de thermometer,
De een onleesbaar blinkt van kwik of alcohol,
De ander elektronisch. Cijfers slaan op hol!
Daar is zij met haar stethoscoop en bloeddrukmeter:

Generalist en huisarts en dus allesweter.
Wat werk betreft, neemt zij me even van de rol.
Zij waarschuwt in ‘t voorbijgaan voor cholesterol.
Zij slaat de meter af en ik word gauw weer beter.

“Je lichaam weet op zijn reserves door te teren.
Het koortszweet breekt je uit na paracetamol.
Het is dus niet zo gek dat je moet transpireren.”

De ijlkoorts in mijn kop, het maakt me horendol.
Ik ga naar bed met om het virus te bezweren,
Op handtemperatuur een glaasje Pomerol.

13 februari

Kei

Dag kei, net als jij, maak ik mij uit aarde vrij.
Het stof licht op in zonnestralenrondedans.
Een poederschemer kleedt de avondlijke glans.
Hier staan we allebei of liggen scheef opzij:

Twee rolkeien, door zwaartekracht aan heerschappij,
Ontsnapt in het gebergte van een stenenschans,
De stroming afgedaald bij noodlot en bij kans,
En in de wrijving rondgeslepen zij aan zij.

Ontmoeting, niet meer moeten. Een gevoel van rust.
Ik streel je oppervlak en je geheime plekjes.
En kijk of je vulkaanvuur reeds is uitgeblust,

Onaangedaan door lust en vol met schoonheidsvlekjes!
Mosloze kei: gedreven, rondgetold, gekust,
Met kwast en met penseel, met stootjes en met trekjes.


Datering

02-07-2003
De werveling van stenen in water. Naar een gedicht van de onvolprezen Peter De Schouwer.
Vervolgens is dit gedicht een bijzondere rol gaan spelen in de uitwisseling met Iris, voor wie het herwerkt is.

12 februari

Inval is uitval

                   

Sois-sage O ma douleur et tiens-toi plus tranquille!

                   

Als ik mij spiegel aan weerkaatsing van de taal,

Mij hul in het juweel van opgeblonken woorden,

En als een Narcis buig naar flonkerende boorden,

Zo langs het jaagpad van het glinsterend kanaal;

                   

Verlies ik mij in een omhoog gebroken straal,

Die verder vliedt naar onbekende verre oorden.

De iriskleur surft op de golfkam naar het noorden.

Spectrale invalshoek op een kristallen schaal.

                   

Weerklinkt daar niet een stem met donderende galm:

“Beschrijf een keer zoiets wat in je op komt wellen

Vooruit ermee, en geen verschoning of getalm

                   

Zomaar gewoon wat in je opkomt navertellen.”

Wees braaf mijn zielenpijn en blijf een beetje kalm.

Mijn pen zal in de eenzaamheid mij vergezellen.

11 februari

Boterbloemen

Waar was je al die tijd zo uit het zicht gebleven?
De twijfels vraten gulzig aan mijn dol verstand:
Psychose, zelfmoord, overleden of verbrand,
Of seropositief en toch nog overleven?

Waarom heb jij niet eerder al naar mij geschreven?
Toen jij in zware afdeling bent aanbeland,
Met derde graad en afgepelde reddershand,
In vochtverbanden die niet aan de wonden kleven,

Verbrande huid met waternevelstraal besproeien,
Je handpalm met de uitgewiste levenslijnen ,
Wat vlammen konden zo diep binnen schroeien?

Wat moet het branden en want moet het schrijnen.
Nog meer dan snijden, snoeien, meer dan branden, gloeien
Met pijnen die de ziel vermalen en verfijnen


Datering
Onnozele kinderen
Bij een slachtoffer van een zware brand.
De terzinen zijn geheel herwerkt op 6 oktober 2011.

10 februari

De langhaarpsychiaterkoorts

Wat hem bezielde weet beklaagde
Niet, tenzij een grote woede,
Een staande drukgolf uit den bloede,
Hem plots bevloeide of bevlaagde.

Een koortsaanval die door hem raagde?
Het is hem thans erg droef te moede
Hij schaamt zich en hij vreest de roede!
Waarom besprong hij toch belaagde?

O, Rechter van het hof van later:
Destijds vergat hij zich omdat
Een harig man het spreekvertrek betrad

Zijn eerste langhaarpsychiater
was net een kwade perzenkater!
Een kwelkat, die hem aan te staren zat!

Datering
"Pasquino: De langhaarpsychiaterkoorts","Marforio, bisschop in partibus infidelium van Groningen, heeft een inzending van Pasquino omgebouwd tot een Liechtensteiner sonnet.
Alweer wordt hier een kleine neringdoende slachtoffer van zinloos geweld.

9 februari

Gent again

Op Gent daalt neer de avondstond. Ik zal u wekken!
Gebelgd als Artevelde die de waarheid torst:
Een hart van peperkoek in hardgebakken korst.
Ik ook kom bij zijn standbeeld een paar bekken trekken.

En dwerggeheimpjes naar de buitenwereld lekken
Vergis U niet, ik heb geen opgezette borst.
Noch genen noch voorvaren, Vaderland noch vorst.
We zijn een kleine optocht korte lachebekken.

O lippen strak en fijn, uw kopersmaak zo zerp!
Gij blijft roerloos boven ons staan zonder verpinken,
Uw oogspleten vernauwd, uw zicht echter op scherp.

Uw blik rechtuit en ook uw arm laat gij niet zinken
Wars van de politiek van driekleurige sjerp,
en lijdend voorwerp dat als onderwerp wil klinken.


Datering


"Pasquino: Vernieuwde versie van antwoord ","""Smak zei de kabouter in Gent."" De Gentse tuinkabouters hebben tot  verschillende reacties geleid. Peter De Schouwer ontwierp een stramien.
Jacob van Artevelde heeft een standbeeld in Gent.


Nu klinkt dat redelijk cryptisch. Zeker nu het in Oktober 2011 nog licht herwerkt is om het schema meer te doen kloppen.

8 februari

Depressieve kabouter

Wellustig lonkt de dood begerig naar hem toe,
Oogholte van een triest nirwana in het duister,
Een donker oord van ijle kreten en gefluister.
Kabouter voelt zich uitgeput, het leven moe,

Gemis, verdriet, verlaten zijn, depressie toe,
Geen kracht meer om zich los te rukken uit zijn kluister,
Terwijl ik overstelpt naar al zijn klachten luister.
Ik ben de hulpverlener maar ik weet niet hoe.

De koude leegte overspoelt kabouterman z’n hart.
Hem windt een ziel nog op die in zijn lijfje woont.
Dat maakt zijn geweeklaag weer bangelijk apart.

Hij weet niet meer of het nog wel de moeite loont,
En loopt hij naar de finish of terug naar start,
snelwandelt in zwart-wit en met een prijs bekroond!




Datering
"Pasquino (10 November 100):
","Kop op, en hier heb je ook een schouderklopje.

7 februari

De Gentse tuinkabouter

Volwassen, niet zo groot: de Gentse tuinkabouter!
Vergis u niet en noem hem bovenal geen dwerg,
Geen gnoom en geen verdwaalde van de jeugdherberg,
Maar zet hem neer op Korenmarkt en Nederkouter.

De Gentse burger is aanvankelijk nog louter
Nieuwsgierig, maar tast toe. Dat is nog niet zo erg.
Daar tapt het angstzweet van kabouterruggenmerg:
Klaroengeschal weerklinkt voor Heerd en Vlaamse Outer!

Wat wil modale Vlaming immers op zijn kavel?
De kruiwagen in bloei, het wiel van een karos?
Een zeemeermin met vinnen en ontblote navel?

De arme tuinkabouter is per slot de klos.
Hij houdt vertwijfeld op elkaar de kleine snavel,
De billen bloot en rode kaken met een blos.


Datering

Gent, stad  van het SMAK","
Er is ter stede een onopgehelderd aantal tuinkabouters weerloos uitgezet.
In Rome staat een beeld van een knaap die met een gans vecht.
 
Eigennamen

De Nederkouter is een bekende straat in Gent, net zoals de Korenmarkt.

Voor Outer en Heerd is een kreet uit de tijd van de Boerenkrijg tegen de Franse bezetter.

6 februari

Knuppelende apotheker

Heeft u het avontuur gehoord van Gentse apotheker?
De tweede keer het slachtoffer van overval?
Een boef met slagersmes vermomd voor carnaval,
Komt nogmaals voor de kas. De goede man wordt bleker.

De apotheker heeft geleerd van voetbalbeker:
Hij heeft een baseball bat en zwaait hem naar de bal,
Een reuzenzwaai. De schedel splijt met droge knal.
Eén uithaal en de apotheek was zegezeker.

De rechtbank nam na enig heen en weer gehuppel,
Besluit dat dit gebeurde onder hoge dwang.
De overvaller was spreekwoordelijke druppel,

En kreeg in het gezicht zijn eigen boemerang.
De kleine neringdoende zwaaiend met zijn knuppel
Is vrijgesproken met gejuich en jubelzang.


Datering

"Pasquino: Apotheker en inbreker","De Standaard online eergisteren: Een Gentse apotheker, die woensdag voor de tweede keer in één week dezelfde overvaller over de vloer kreeg, heeft zwaar uitgehaald met een baseballknuppel.

5 februari

Gartenzwerg

Een voortuin met een monkelende tuinkabouter,
In bontgeschilderd gips met plastic bloementuil,
Met kruiwagen, en muts. Wat gaat hierachter schuil.
Wat is dit voor een dwergenbroedplaats? Woont hier louter

Een brave trol? Een elf? Een kobold? Of nog stouter?
De deurbel neemt de vorm aan van een spiegeluil,
Met rood ontstoken tepel in arduinen kuil,
Gegil van een alarm, afgààn kan niet veel fouter.

Fermettistan, gewrocht door volkswil, arbeidstucht,
Een kniesoor die hier zoekt naar spijkers op laag water
Fontein bevroren, winterprei met rijm bevrucht

Ontbreidelde riviernimf met verkorven sater.
De zon gaat onder in een smogvervuilde lucht.
Het licht gaat aan en er weerklinkt een holle schater

4 februari

Narcissen gekooid in voortuintjes

Het voorjaar beukt zijn sap, op in mijn winterlenden
Staat daar geen waterzon te schijnen in de straat?
Gezien het winteruur is het nog niet te laat;
De zonnewijzer mag het wijzeruurwerk schenden.

Nadat secondewijzers snel in 't ronde renden.
De kost gaat uit voor de spreekwoordelijke baat.
De uurwijzer staat één uur vast op wijzerplaat.
Voorzien de toekomst niet, die hun verleden kenden?

We wonen in een huis met afgemeten maten,
En tonen in de straat minzame groet elkeen,
Hoe klein is niet de kost en hoe groot wel de baten.

We zijn op aarde zeven maal miljard alleen,
Geslingerd elk moment van liefhebben naar haten,
Liefkozend nu elkaar, dan schoppend tegen scheen.


Datering

De zes miljard van vroeger is nu zeven miljard geworden, met aanpassing van de voeten tot gevolg. Op school leerde ik nog van drie en en half miljard. Dat is een verdubbeling op minder dan vijftig jaar.

3 februari

Dageraad na Lichtmis

Aurora houdt van schaamte nu het hoofd gebogen
Want Iris toont een meer intense kleurenpracht
Het spectrum toont van ’t witte licht een kleur of acht
Bij zon met vochtig weer. O Iris van de ogen

O mijn pupil, O Iris van de regenbogen
Brandglasgodin, Gij waterbloem met paardenkracht
Fontein van scherven en van binnen berinzacht
Geschilderd door Van Gogh met ruwe borsteltogen

Vol violet tot blauw, helpaars en knaloranje,
Of door fluwelen Breugel met een fijn penseel;
Het licht breekt door de deemstering en blarenfranje.

Een purperglans omgeeft het felle botergeel,
Bekend van Nederland tot in het diepe Spanje,
Een bloem vol verve op een eeuwig groene steel.


Datering
Sonnet voor Iris V.


Aflevering van 12-09-2002
Hommage van een dankbaar dichter voor zijn persoonlijke bevrijding uit de slavernij van het proza. Morir a cada vez.

2 februari

Lichtbron

Tien lampen die terzelfder tijd tezamen gloeien,
Lantaarns die met siersmeedwerk zijn opgetooid,
De vlam in tralieglas gevangen en gekooid:
Ze weten niet het licht maar wel de blik te boeien.

Verschillen ze van vorm, ze weten saam te vloeien.
De bundels stralenglans die ieder om zich strooit
Versmelten tot een licht dat zich op schepping gooit,
Dat knoppen barsten doet, verlangens op laat groeien.

En veel wordt één, en opent zich op vergezichten.
En één wordt veel, naarmate zich het zien ontsluit.
Op kleine beer en staartkomeet kan ik mij richten.

Naar herderster in vroege ochtend kijk ik uit.
“Mijn hartemaan ben jij, jij doet mijn ziel oplichten.”
Mijn hemellichaam is mij lichtjaren vooruit.


Datering
Ter gelegenheid van lichtmis

21-06-2003
Vrij bewerkt naar een gedachte van Jalal ed-Din Roemi (citaat in aanhalingstekens.)

1 februari

Doodskreet

O Heer ik roep uw naam uit diepten van ellende!
Snelt toe, Gods Heiligen, en komt me tegemoet,
En Engelen des Heren in een witte stoet,
Een schemeravond na de winterzonnewende.

Ik heb Uw naam veracht, de wijl ik U miskende
Maar reken dat niet aan, ik heb ervoor geboet
Ik leg hierbij mijn eeuwig leven aan Uw Voet
Maria sta me bij, zo wil het de legende

Zal juichen voor den Heer vernederd mijn gebeente?
Zo Hij op zonden acht geeft, wie is dan bestand?
Wat blijft er over na de grote wereldbrand?

Verstroopte gifriolen en gestold gesteente.
Wie heeft behoefte aan een onheilspredikant?
Wellicht alleen de diep onthutste goegemeente.

Aanhef

De messenwerper

 

‘Messenwerper!’ dacht ik , wát een vreemd bestaan!

Sensationeel, gevaarlijk voor de dames, wreed

Publiek dat smachtend wacht op stromen bloed en leed

Bevangen door een man die zich beheerst laat gaan.

 

Messenwerper! wat een curieuze baan

Hoe kan zo’n vent die pronte vrouwen, schaars gekleed,

Zó onderwerpen? Is er iets dat ik niet weet?

Eén foute worp, een zucht, haar leven naar de maan!

 

Pas als het laatste mes haar op haar haar na mist

En hij de blinddoek lost en zij, haast buiten zinnen

Hem in de armen valt, dan weet ik wat zij wist:

 

Hij zal haar straks met voorkennis zo teer beminnen

Omdat hij naar haar lichaam nimmer heeft gegist

Hij heeft het innig lief, van buiten en van binnen.

 

Marforio

Datering

 

De inbreng van Marforio in het messendebat. Het dateert van maart 2006 en het is meer in extenso weergegeven onder Pasquino op deze site.