Windmaand

Ten geleide

Windmaand

Luidens wikipedia wordt
Maart ook wel de lentemaand genaamd, of nog de buienmaand, guldenmaand, of dorremaand.
Het is de derde maand van het jaar in de gregoriaanse kalender en heeft 31 dagen.
De maand is vernoemd naar Mars, de Romeinse god van de oorlog. Het is dus een zeer mannelijke maand.

Wat de Pasquino scheurkalender betreft is Maart het ook de maand van Marforio. Het andere sprekende standbeeld in Rome, dat vaak met Pasquino in discussie treedt.

In ons geval komt Marforio overeen met professor emeritus Chris Coolsma, die in Groningen vertoeft en die af en toe snedig uit de hoek komt met een uppercut van satirische lyriek. 

We eindigen de maand met enige gedichten omtrent de schilderkunst.



Uitsmijter

Burenklucht

 

De bruine dampen die al langer uit het Zuiden

Door ooit nog katholieke streken binnendreven

Zijn nu helaas niet langer verre stank gebleven

Vergiftigen nu ook de longen van die luiden

 

Die ooit nog nuchter leken, maar in opgeruide

vreemdelinghaters zijn veranderd, beven

voor het nieuwe, niet bereid meer om te geven,

zelfverliefd wie anders is als  vijand duiden

 

Bene lux,  goed licht, waar ben je heengevlucht?

De Lage Landen, haven voor verdrukten, ooit

door jou gebenedijde stralen hel verlicht

 

Nu een hel, verduisterd en door angst ontwricht

Waar gekken aan de macht zijn, bolle kop getooid

Met hoorntjes of oranje muts in burenklucht.

 

Marforio

31 maart

Brinken

Grafheuvels en Keltische akkertjes

In Groningen bestaan ze nog de dodenakkers.
Of oer-Keltische hoopjes stapels laag op laag,
Uit vroeger tijden opgericht tot op vandaag,
Door boeren, veetelers en vroege pottenbakkers.

De primitieve stumpers en vergeten stakkers
Meanderwater stroomt voorbij breeduit en traag.
Het legt zich om de brinken in een oude hinderlaag.
Wat verder zwemmen twee neanderthaler rakkers.

Op drijfzand blijkt gebouwd het slijkerig heelal
Na jaren opmesten met zware heideplaggen,
Gehaald met man en macht uit de wat heet potstal...

Hun beeld doemt op uit opwaaiende spinneraggen.
Als scherven aardewerk in een gebroken mal.
Van scheefzakkende torens waaien rafelvlaggen




Datering
20000204
Naar een cool idee !
Brinken en potstal; ik weet bij God niet wat het is, maar ze komen nog voor in Noord-Oost-Nederland, net zoals Keltische dodenakkertjes

30 maart


De serveermachine


Hou jij dan ooit eens op met oeverloos doordrammen


Stopt het dan nooit, jij harde balopslagrobot


Je knalt er maar van door. Ik loop van her naar hot.


Terwijl jij als een stormhoos er op los blijft rammen


 


Om keer op keer een diepe bal net in te vlammen


Toch retourneer ik mikkend op je ademstrot


Gelukkig niet verlegen om een backhandshot


Zodat je kapt met al dat gisten en dat zwammen


 


Laten we ’t liever hebben over de cuisine


En kom en proef de Entre-côte Archiduc


Bereid door onze keukenzuster Celtoxine


 


Met cantharellen van ons eigen kweek en pluk


Op een lauw bedje van bio-groententerrine


‘Saignant,’ hier komt een lel van keurmerk rundbiefstuk


29 maart

Een hol gelach in het klooster


Als U verzoekt de pen als wapen aan te grijpen,

Zo scherp gesteld als onscherp naverteld, ik mocht

Uw drift polijsten. Naarstig zij dan ook gezocht

Naar middelen om ruw talent wat bij te slijpen,

 

En wat nog te veel uitsteekt er weer af te knijpen.

Dan kan het nog wat worden met wat mest en vocht,

Vermeerderd met wat Goddelijke ademtocht,

En tijd, want ach hoe lang moet jij niet liggen rijpen!

 

Bij dit vertoon heeft zich de Grootinquisiteur,

Zich kostelijk ten koste van je werk vermaakt,

Gelachen de zedenbrigade-inspecteur,

 

En Zuster Margarine tanden uitgebraakt.

En zij lag in een deuk in een urinegeur,

En menigeen die dag heeft schaterlach geslaakt.


   

28 maart

Arcadië

Verbrokkelde ruïnes, ingestort’ arcaden:
Gezien in een museum op een schilderij,
Een puinhoop en een doodgelopen gaanderij,
Met balustraden en hologige façaden.

De tand des tijd slijt niet en immer vastberaden.
Knaagt hij aan kapitelen en aan zuilenrij,
Verdwenen samenleving, dode maatschappij.
Een vredig landschap met geschiedenis beladen.

Daar blaast een herder zienderogen zijn schalmei.
Het vee graast op zijn weg en eet van bladerlover,
Herkauwt meedogenloos, of ligt in malse wei.

Er hangt een ijle sfeer van heimwee en van tover.
Een blauwe hemel en een groenende vallei.
Het is voorbij en toch gaat het ook nooit meer over.






Datering
Aflevering van 04-06-2003
De schilder en de dichter blijven allebei buiten beeld.

27 maart


Beschavingsondergang

 

Door merg en been gaat op de Nederlandse pleinen

Bloedstollend, oorverdovend akelige schreeuw.

Zo schreit de moegetergde Nederlandse leeuw.

Geteisterd, afgeschaft zijn de cultuurdomeinen,

 

Nu rechts subsidiepotten duchtig wil verkleinen.

Het is de schande van de schaamteloze eeuw.

Verstoken is de Fries, de Limburger, de Zeeuw

Van schoonheid en vermaak. Hoor je de seinen?

 

Een tijd is aangebroken van idiotie.

De samenleving lijkt wel stuurloos op de dool.

Bedreigd zijn mensenrechten en democratie.

 

Er rest ons nog alleen de geur van vitriool

En zwaveldamp. We danken dat aan iemand die

Bij't woord multicultuur al grijpt naar zijn pistool.


26 maart



Onheilswolk


 

Wat voor een schaduw ligt daar over lage landen?

Daar drijft een bruine bui en breidt zich immer uit,

Vermengd met zwaveldamp van knallend wapenkruit,

En rookpluimen van aangestoken woningbranden.

 

De ingestorte daken en beroete wanden,

Met halfgesloopte pui of ingeslagen ruit,

Het lage land verwoest, gebrandschat, uitgebuit.

De Nederlandse leeuw met uitgeslagen tanden!

 

Wat voor een furie is hier zo erg losgebroken?

En wie is hier zo dol en driest te keer gegaan?

Waarom heeft het gemeen gepeupel bloed geroken?

 

Er is een openbaringsruiter opgestaan,

Die als geen ander het geloof weet op te stoken,

En maant tot waan en godsdienstoorlog aan.

 

Datering

25 maart

Verloren bal

Hoezeer ook Liechtensteinse koorts mag overkoken:
Het mond- en klauwzeer is een overschat gevaar,
In vergelijking met de duivelskunstenaar,
De dichter die in grote woede is ontstoken.

Marforio in vuurwerkkunsten uitgebroken.
Zijn vierspan won het op een ros van zessen klaar.
Zichzelf heeft ingehaald de woordentovenaar,
Door woordenstrijd witheet tot gloeien op te poken.

Pasquino hoedt zijn onbesmette kudde vee,
Spleethoevig en verschoond van dolle koeienwoede,
En Pan speelt op zijn fluit. Het rund gaat mee, gedwee,

Vooruit gedreven door een prikkelende roede.
Schalmei. Zes benen van een lettergreep of twee.
En nooit geen rijmdwang, zo Almachtig God verhoede





Datering
"Pasquino: Verloren zoon teruggevonden","Men slachte snel het vetste kalf. Marforio laat weten dat hij leeft. Berichten van uitstervende herdersvolkeren. Vierdedaagse koorts of zesde ziekte?

24 maart

Tot antwoord

 

Marforio, hou op met zeuren en met simpen.

We zijn er nu wel achter dat je godsdienst haat,

En een bloedhekel hebt aan iedere fanaat.

Zoals je nu weer tegen moslims staat te schimpen!

 

Ach laat uw hartstocht koelen en uw walg inkrimpen.

We leven toch nog in een godsdienstvrijheidstaat,

Met vrije pers voor talmoed, koran en vulgaat,

En dichterlijke vrijheid mijn sonnet te pimpen.

 

En komt er dan weer zo een nieuwe godsdienstschurk,

Dan mag jij weer je tot een vloekprofeet ontpoppen,

Die elke grijsaard in een tabbaard of een jurk,

 

Die vreemde talen wauwelt aan de grens wil stoppen.

De geest is uit de fles. Onvindbaar is de kurk.

Marforio weer bezig om zich heen te schoppen.



Datering


Het sonnet is een antwoord op eentje van Marforio:

De sandwichduivel

 

Een zeventigtal maagden in het hemelrijk,

Door Allah aan zijn trouwe mannen aangeboden!

De vrouwen zonder omhaal gaan onder de zoden,

Na doelloos ploeterleven in het aardse slijk.

 

De heren van de kerk staan schandelijk te kijk.

Ze schenden dagelijks hun heilige geboden,

Ontzeggen zich schijnheilig menselijke noden,

En prekend zetten zij de leken in de zeik.

 

De armen weid gespreid, hij prevelt malle woorden,

En wijdt de jonge martelaren voor de strijd.

In naam van Allah: ga onschuldigen vermoorden!

 

En heidenen die lijden aan onwetendheid .

De oceaan van driften klotst over de boorden,

En menigeen wordt tot gestoord gedrag verleid.

23 maart

Verfweek

Gezeul met emmers verf en met een lange ladder,
Met schilderrollen, emmers en met kliederkwasten,
Een leuk lawaai van samen arbeidende gasten,
O schuur daar nog een beetje! Maak het nog wat gladder!
 
Het muurbehang, de bladderverf, verbergt een adder:
Herinnering kruipt rond in laden en in kasten,
Verleden kwijtingen en onvergoede lasten:
Ze laten los met hier een reep en daar een fladder.

Het is niet op te biechten en niet vol te harden.
Wegschuren helpt niet tegen last van het geheugen.
De vele lagen onderuit geveegde flarden,

Een strookje waarheid en de linten van de leugen
Hoe zigzaglijnen het gezichtsbedrog verstarden
Het wegkruipend reptiel dat nooit heeft willen deugen.






Datering
 
Een beetje geheimzinnig en somber.
20000521
Het regende verschoningen. Marforio en Pasquino doen het samen op het net.

22 maart

Tennisplaag

Een omleiding bij Beetsterzwaag
Affiches met "ga nu opzij,
Want dan kan ik er ook voorbij""
Vrachtwagens in een dichte haag

De koeien grazen stug en staag
En kijken niet naar voertuigrij
En loeien niet: opzij voor mij
De hemel hoog de landen laag

In Friesland kocht ik nagelkaas
En liep voorbij een haringbaas
Dacht bij mezelf aan Liechtensteinse rente

Het was een korte dag helaas
Het land gehuld in witte waas
Ik wou met jullie rondstappen in Drenthe



Datering
"Pasquino: Ongelofelijke haast","Terug uit Groningen met de ongelofelijke dichtbundel ""Mogen we even afrekenen"" van onder meer Marforio (via auteur en uitgeverij te bestellen). Allemaal Liechtensteinse sonnetten. Daarom vandaag een originele Liechtensteiner van Pasquino.

21 maart

Hottentottentennistentententoonstellingssonnet

Op hottentotten stottert het sonnettentennis.
Neem nu om te beginnen zelf de hottentotten:
Toen ze geen tenten hadden, woonden ze in krotten,
En van doortrektoiletten hadden ze geen kennis

Maar stel u nu eens voor: recent ontstane stennis,
Omdat ze uit de tenten op weer moeten rotten,
Een optocht van knoken en krakende botten,
Een internationale mensenrechtenschennis

Uit gsm weerklinkt versleten tingeltangel,
Zo droog de humor is, zo vochtig is het linnen
Genoeg gedraaid is nu het weefsel door de mangel,

Uit hoogte daalt een vogelblik de volksstam binnen.
Een druppel laat venijn gestold aan weerhaakangel.
Soms kort van stof en dan weer iets te lange zinnen.





Datering
"Pasquino: Angelo de Los Angeles","Het bezoek aan de hottentottententententoonstelling ging voorlopig niet door. Marforio vroeg een nieuwe beurt.

20 maart

En zo even tussendoor

 

Geraaskal van een paddofreak als nooit tenvore!

Veel larie en apenkool, geouwenhoer, gelul ,

Gestoofde kut met pere.  Hope  flauwenkul .

De tussen-n. Een gruwel. Niet om aan te horen!

 

Ik ben mijn spellingzekerheid erbij verloren.

Ik had ooit een tien en ik pak nu de nul,

Met waardenloos diploma, en verlopen bul.

Het goede nieuws is dat Pasquinno is herboren.

 

Verbaasde zusters snellen naar het lege graf,

Met hallenloejah’s en Hosannna in den hoge

Marfornio de Stotenprant staat immer paf

 

Na heftig' herenstrijd zo een herstelvermogen!

Dan is het nu gedaan. De zwarte kous is af

Er rest ons niets dan dankbaarheid en medendogen

 
Datering
Protest tegen het invoeren van de tussen-n in een groot aantal woorden waar die vroeger niet stond tijdens de spellingshervorming.

19 maart

Ten einde raad

 

Waar kan ik nu mijn wrevelpijlen nog op richten?

Wie kan ik nog met vloek en anathema slaan?

De kandidaten mogen in de rij gaan staan.

Niet dringen, want we hebben volop bliksemschichten,

 

En dozen vol met flitsen en met onweerslichten;

Een onheilsboodschap en een woordenvloedorkaan,

En per persoon een enkel boeking naar de maan,

Zodat ik een per een nu praat met de betichten.

 

Gij boetedoener, nader en kom voor mij knielen.

Spreek op en zeg de waarheid, ontuchtbiechteling!

En laat nu varen al uw trots, ellendeling!

 

Zoniet ben ik gedwongen oorlogprojectielen

Naar u te gooien om uw zielsrust te vernielen.

Dus zeg ons nu: Wat deed gij toen het licht uitging?

 

18 maart

Aria senza fine

Marforio, ik kom terug op senza fine

“Het is een eindeloos want steeds herhaald verhaal

En op de duur wordt het een klein beetje banaal”

Zo zei onlangs Zuster Maria Margarine

 

Ze wees op je gebruikelijke contramine

En je gebruik van ongebruikelijke taal

Je oorverdovend overdreven woordkabaal

Je onophoudelijke dreig- en scheldlawine

 

Heb jij onlangs nog jouw temperatuur gemeten?

Waar ruik je naar? Een diesellucht? Een olietoorts?

Het onderhuidse turfvuur in verborgen spleten?

 

Je gloeit och arme van de liederlijke koorts!

In ijlwaan als een adder in haar staart gebeten.

Geen senza fine maar opnieuw een enzovoorts.

 

17 maart

Arachnoidea

Ik overkom je als een sluipwesp of een spin,
En weldra heb ik al je hersens uitgezogen,
En hier en daar een rechte zin wat kromgebogen,
Gif in je merg geprikt bij mijn maaltijdbegin

Een zwarte weduwe! Bemin mij niettemin.
Jouw tepels zullen mijn tentakels mogen zogen.
Verdraaid heb ik verhaald van jou maar niet gelogen.
Al kan het voorkomen dat ik een web verzin.

Stel u gerust, want ik ben niet van de politie!
In’t raderwerk ben ik een weerbarstig insect,
In een der bijbureaus van de geloofsjustitie,

Meeknarsend wat soms leidt tot een technisch defect.
Maar ik ben wel van de sonnetteninquisitie!
En mij gaat het erom: is ‘t rijmschema perfect ?



Datering
20000212
Marforio vergeef me van te voren deze lage stoot

16 maart

De moeder van alle tochten

 



De pest, de doorloopcholera, de klerenpokken


De vogelgriep, een kopvalling, het vliegend zot


Opstandige bevolking  zittend op de pot


Er is geen maat aan al het kwaad dat ik berokken


 


En al het onheil dat ik over u zal lokken


Opstapeling van vocht. Het knagen van de rot,


En etterbuilen die zich volzuigen met snot.


Geen zaad dat nog de weg vindt naar de eierstokken.


 


Afvallig volk dat rondkrioelt in klamme krocht!


De argeloze speelbal van gewetenloos penoze!


Door alle plagen van Egypte wordt u thuis bezocht.


 


Verkeersinfarct . Een opstoot van tuberculose.


Fijn stof, asbest, en een massale waanpsychose.


Tot slot nog dit: En nooit meer een Elfstedentocht!


 

 

 

15 maart

Vervloeking

Afscheid van een afschuwelijke politicus



Hartsgrondig wens ik U dat U door kakkerlakken,

Krioelend in uw huis, bekropen en verteerd

Gevonden wordt, de ingewanden uitgesmeerd

Met maden en met wormen en met huisjesslakken

 

Een rottingsgrijns zal aan uw scheve schedel plakken

Want ook de dood heeft uw grimassen niet verleerd

Uw ziel is nu naar haar natuur teruggekeerd

Het ongedierte moge U aan stukjes hakken

 

Gedaan met liegen en verrukte flauwekul

Met oorlog stoken en voortdurend ruzie zoeken

Gij wrede beul en oliedomme boerenlul

 

Gewetenloze schurk en groot stuk onbenul

Het toekomstdoelwit van een reeks onthullingboeken

Die U en Uw geslacht genadeloos vervloeken

 

 

14 maart

Bekleding met de machten


Marforio beloofde’t. ‘k Kijk er dus naar uit.
Wat zul je doen? Hoe zul je tekenen die trekken?
Met houtskool of Chinese inkt, met een paar vlekken?
Zodat het scherm een beeld geeft van de scherpe snuit?

Ik geef het toe, van kunst snap ik geen malle fluit.
Als Noordzeevogels drijvend in de olieplekken,
Zo mogen veer en pek zijn schone pak bedekken,
Met slangen in zijn snavel, buizen in zijn stuit

Pasquino wilde zopas nog er net de brui aan geven
Marforio leen mij uw pen, geef door die dolk
Ik sta de nieuwe voorzitter straks naar het leven

Totdat hij inziet dat hij in de wilde kolk,
Naar eenheid in de tweedracht dient te blijven streven
Tot goedgunstig beleid voor vaderland en volk


Datering
20000122
Waar is mijn tekening? Er is een nieuwe leider!

Ter gelegenheid van een voorzitterkeuze.
Ik weet niet meer welke voorzitter het was maar ik denk president Bush.

13 maart

De schoonheid van het wad bij dag

Een binnenmeer vol slik, tot aan de silhouetten
Van eilanden, al zit vandaag het weer niet mee.
Daar strekt zich uit: de brandingloze waddenzee,
Maar als een wolkentoren waardig op komt zetten,

Dan moet je met mij samen even op gaan letten,
Hoe zacht het zwerk zich spiegelt in van lieverlee
Verschenen wadden, rustig glanzend, heel gedwee.
Van landschappen zijn er geen betere portretten.

De aalscholvers, meerkoeten, alken, zilvermeeuwen
Bewolken waar je kijkt de lage horizon,
Zodat het lijkt alsof het vogels is gaan sneeuwen.

Weer wens je dat je ook zo zwevend vliegen kon,
En naar de mensenwereld onder je kon schreeuwen,
In vogelvrijheid, slechts gestuurd door wind en zon.





Datering
20000114
Vogels die elkaar geen Mieke noemen in het Hoge Noorden van Holland. Marforio in vrije vlucht op een thema van Pasquino.
Ik schat dat toch de helft van mij is, al ben al eens eerder op mijn bek gegaan met zo een schattingen. Soms schrijft hij gewoon dingen die ik altijd al van plan was te schrijven.

12 Maart

Onder de veren

Het waterpluimvee mag daar een en ander kwaken

Het zoekt vergeefs naar voedsel in bevroren slib

Verkleumde meerkoet, zeemeeuw of verkouden snip

Die wintervogelkreetjes als ijspegels slaken

 

Ze slikken koude lucht met wijd gesperde kaken

Ze huiveren en rillen en ze kijken sip

Met rijmsnor tussen snavelneus en bovenlip

En dat ze toch nog zoveel klerenherrie maken

 

Wat zoekt gij op de scheidingslijn van eb en vloed?

Gij aangespoeld gevogelte met al uw smalen

Verwaand, verwaten, warrig eierengebroed

 

Doordrenkt van dioxines en zware metalen

Gij vochtige matras bevlekt door zaad en bloed

Met schubben overdekt en penseelschimmel stralen

 

Datering
Bedoeld als hoon tegenover noorderlingen, maar een beetje besmuikt

11 maart

Upper crust 

 

Wat gaat gij tussen lommerrijke professoren

Hoe schrijdt gij daar in toga of in zwarte pij

Een ezelsstoet in een historisch schilderij

Met een bord voor de kop en een stop in de oren

 

Zodat gij al het wereldleed niet hoeft te horen

Het huilen van de neergeslagen maatschappij

De wanorde, de crisis en de averij

Het mag de werkgroepdagorde hier niet verstoren

 

Wat hebt gij uit uw scholen op ons los gelaten?

Gij denkelite, bovenkorst, gij schuim des lands

Alumni die nu de provincies en de staten

 

Geplunderd en gepluimd hebben zo onderhands

Een roofkorps van hoog opgeleide beurspiraten

Ten prooi aan hebzucht en het Engels Nederlands

 

 

10 maart

Tennos dreekegmo

Want jij en ik wij dichten voor de dolle pret!
En soms om te genieten van een pseudo-ruzie,
Of om te knutselen aan omgekeerd sonnet,

Ontmaskering van dood geverfde waanillusie,
Teleurstelling op rijm, maar daarvoor doen we het.
Al is er dit keer geen besluitende conclusie.

Marforio, ik vraag mij af: wiens wil is wet?
Experimenten dansen rond in onstuimige zinnen.
Zo wist ik niet waar ik het eerste moest beginnen,
En toch verschijnt steeds weer een vers in ‘t net.

Soms helpt, Pasquino, het omkeerbare couplet
We spelen tennos niet om van elkaar te winnen.
Lees, schrijf en denk, dan schiet het wel te binnen,
De kromme vingers aan het toetsenbord gezet.

Datering
9 maart 2000 Vroegste vermelding
Marforio en Pasquino hebben samen een tennosbal over het net geslagen met een poëzieracket.

9 maart

Het circus van de gemoedelijkheid

Verwarring

Helaas is mijn relaas niet meer zo chronologisch,
Nu zin na zin aan lettervlekken open spat,
En fragmentarisch af en toe onzin bevat.
Het is zo op het eerste zicht niet al te logisch,

Maar ergens diep is het een beetje psychologisch.
Elk denkend wezen is een vogel voor de kat,
En zoekt daarbij datgene wat het niet bezat.
Verklaarbaar is dat niet, en ook niet theologisch,

Teleologisch valt er niet aan te beginnen,
Spijt redelijke dichtkunst en der muzen min.
Geen betere beginzin schoot me daar te binnen

En weg verdwijnt de flard als kabel zonder pin
Sonnettentennos andermaal is niet te winnen
Tenzij door harde opslag en een knalbegin.


Datering

20000329
Wanneer het avond wordt, dan kan het voorvallen dat weemoed komt opzetten en alle tijdsverbanden wegvallen.

8 maart

Van hersenpan tot schedeldak

De mouwen opgestroopt, de pen in inkt gedoopt,
Galnoteninkt. De eerste regel er uit persend,
En regelmatig ook de vochttoevoer verversend,
Tot antwoord op sonnet bij deze weer genoopt.

Zie hoe de veder licht over de lijnen loopt,
Trots bruine druppel in het puntje droogjes knersend,
Op zoek naar ziek publiek, afwezig of onthersend,
Verslaafd aan smal vertier dat zenuwstelsels sloopt.

Kom, alle hens aan dek. Zet mannen aan de pompen!
Als kabels op hun armen liggen aders bloot.
Het ruim moet leeg gehoosd. Zoniet in diepe plompen,

Verzuipen wij met man en muis in een verdronken boot
Het duurt niet lang meer, want dat voel je op je klompen,
En als je niets meer weet, dan drink je zoute sloot.

Datering

"Pasquino: Verschoningen uit Groningen","Marforio brengt mij op gedachten. Hij is een van onze trouwste inzenders. Het idee van mannen aan de pompen heb ik van hem gestolen. Er is een hersenpan van het schedeldak gevlogen.

7 maart

Brulpaus

Waar is de brulpaus? Zoek hem! Vind hem! Ga hem halen!

Vraag excommunicatie en het interdict

Zodat de ketter zich in zijn ontbijt verslikt

Hits op een koor van goedgebekte kardinalen

 

En tolken en vertalers naar de schuttingtalen

Het anathema zij beknopt en welgemikt

De toepassing ervan zij nauwgezet en strikt

Zo huilt de Bacon-prent onfeilbaar in zijn falen

 

Onhoorbaar daar een noordelijke loei ontsteekt

Een die in ongeëvenaarde scheldvertoning

Hels vloekt en zweert en Gods geboden tegenspreekt

 

Een waterschout, een dijkvorst of een waddenkoning

Wat let ons dat het veemgericht zich op hem wreekt?

Zelfs Rome staat hier stom want niets gaat boven Groning’

 

Datering

 

Een kwelgeest in een onberispelijke woning

Als dat niet om een rukstorm en een zweepwind smeekt

 

6 maart

Foeterwaals

 

Breng mij het boek met van de pot gerukte woorden,

En een pot zwavelzuur gemengd met vitriool,

De medische Larousse en een puberschool,

En een deskundige in sluipkaraktermoorden;

 

Een emmer verse gal nog schuimend aan de boorden,

Een valse loftrompet, ontstemde altviool,

Pianosaboteurs! Geladen schrikpistool!

Wat is er tegen mistsirene van het Noorden?

 

Hij gaat daar weer eens fel te keer en uit zijn bol

Waar gaat hij al die gram per kilo steeds weer halen?

Hoe slaagt hij daar weer in en hoe houdt hij het vol?

 

Hoe kan de kerk hem in gelijke munt betalen?

Hoe roken we hem uit zijn watergeuzenhol?

Wie gaat hem in zijn paaldorp door de mangel malen?

 

Datering

 
Uit een nieuwe episode van sonnettentennis met Marforio, ook bekend als Chris Coolsma.

 

5 maart

Droge kost

Uit Nederlandse school verneem ik een paar zuchten:
De dia kleurt in sepia het vergezicht,
En in de gloria weerklinkt het noorderlicht,
De donder schuift nu open de zeelage luchten.

De Heer besteeg de kansel en engelen kuchten:
“Wat zie Ik in het licht van laatste bliksemschicht?
Zit daar in Brussel niet stomdronken stoonde nicht?
Dat Ik te mals zou zijn zo lopen de geruchten.

Als Ik hem nu niet raak dan ben ik zeer kortzichtig,
Doe Ik te kort de oer-universele kracht.”
Helaas de dichter is weer eens te meer kopschichtig,

Hij heeft de donderklap zien komen en verwacht
In handgewrichten laatste tijd wat stijf en jichtig,
Met zere hals  vierklauwens dichtend om half acht.

Datering
"Pasquino: Zeven uur dertig","Dringend sonnet voor Marforio

4 maart

Van Montignac Word Je Strak

Van Montignac word ik een beetje zenuwachtig
Dat je ervan vermagert is misschien wel waar
Je mag er meer van eten, zegt hij. Dat is raar
De wetenschap stelt echter : zo word je geen tachtig

Michel beweert met klem, al klinkt het wat krampachtig
Dat onderzoek op komst is en binnen het jaar
De twijfel zal verdrijven en al het misbaar
En voor de rest is ’t een komplot wis en waarachtig

Van de bemoeienissen wil hij niet meer weten
De oorlogsveldheer tegen de obesiteit
De volgevreten tegenpaus van het diëten

Die zetmeel in het vet gooit, in de hittestrijd
Van zenuwachtigheid kan hij zichzelf opeten
Een krijgsslachtoffer tegen de  zwaarlijvigheid

Datering

190598
980519
Montignac is alweer uit de actualiteit verdwenen, nu moeten we het doen met Koen Crucke.

3 maart

De Gratin van pastinaken

Zes middelgrote pastinaken. Dunne plakken
Geschild en schoongemaakt en juist de tussenmaat
Laurierblad, kruidnagel en rasp van nootmuskaat
Een kwart ui en een knoflookteen tot snippers hakken

De bechamelsaus gelijkmatig erop kwakken
De room erbovenop en kaas met mondjesmaat
Bij honderd negentig graad op de thermostaat
Zo’n veertig minuten in hete oven bakken

Voor vegetariërs geldt het als hoofdgerecht
Voor carnivoren kan het lamsvlees vergezellen
Bij wild staat pastinaakgratin ook lang niet slecht

Kastanjemoes, wat veenbessen en cantharellen
Het huis is aan gezelligheid en kwaliteit gehecht
Maar voor het wildmenu is ‘t wel vooraf bestellen



Datering

De pastinakencyclus is de vrucht van Myriade een grensoverschrijdende dichtersclub waar ongewone begrippen zoals sonnettennis en liechtensteiners hun oorsprong hebben gevonden.



Sorbet met pastinaken-, schorseneren-  en selderijs

Na dit driesterrenmaal exquise groentenhappen
komt onherroepelijk de sorbet als finale.
Niet dat er ná dit feest nog iets valt op te schalen:
Een topkok houdt niet erg  van nathouden en pappen.

Het publiek begint te juichen en te klappen
Als de gérant de kar met toetjes wil gaan halen.
Ook al moest het er veel euri voor betalen.
Ziet, pastinakenijs in spiegel van zijn sappen!

Vergezeld van schorseneer- en selderijs
Keizerlijk dessert voor alle lekkerbekken
Die reeds bij het aanzien kwijlend bekkentrekken.

Hoort het grommend  savoureren van de spijs,
ziet de sappen van de vette lippen lekken,
als de kikkers kanen hoort men hen niet kwekken.

Marforio

2 maart

Voorgerecht

 

Wij stellen voor:  de pastinakenmarinade
De tweede gang en niet de minste van de rij.
Vergeet de wortelangst! Zet alle schrik opzij!
Tast toe. Doe u te goed en sla de keuken gade.

Het is weer eens wat anders dan een aardappelsalade
Het smaakt naar pastinaken en een selderij
En geurt naar gember, Noilly Prat, en naar kandij
Het zweemt naar talloos veel miljarden myriade

Het vrouwenkoor staat luidop van haar neus te maken
Vergeet de nonsens want genoeg geouwehoer!
Ziehier de schotel met de koude pastinaken

Temidden van muziekgedruis en feestrumoer
Om het gerecht naar eigen gading af te smaken
Een lichte mousse van konfijttopinamboer

1 maart

De pastinakensoep

Hoe simpel om de pastinakensoep te maken.
Zes deciliter rundveevlees extractbouillon
Voor vegetariërs een soja court-bouillon
Met zout, citroen en suiker ’t kookpunt laten raken

Drie middelgrote schoongemaakte pastinaken
Elektrisch of op gas, op hete warmtebron
En liever niet bedrieglijk in de magnetron
Tot garen brengen en met mildheid op te smaken

Met tevens onberoerd door elektronenstralen
Twee honderd milliliter saus van béchamel
Met staafmixer of passe-vite de boel vermalen

Als inleg boterbrood croûtons Maitre d’Hôtel
Zee-geleedpotigen met schelpen en met schalen
Of vishapjes zoals filets van zalmforel


Aanhef

De maaltijd

De pastinakenamuse

Het lacht u toe vanaf het smetteloos damast:
Een envelop gevuld met pastinakenmousse
Dit zalig hapje is beslist niet voor de poes,
moet heet gegeten, vormt met soep pikant contrast

en met wat volgt: de pastinakenmarinade.
Kom, open nu de envelop en toegetast.
Eén hap en hop het filokunstwerk is verbrast
ik dacht het al: nu wilt u bij de chef te rade.

Hij lacht u toe van onder smetteloze muts
En legt graag uit hoe men van jonge pastinaken
En met geduld en kunstig filodeeggepruts

een envelop met pastinakenmousse kan maken
naar het recept van wijlen topkok Friedrich Götz.
En kijk, nu ziet u reeds de anti pasti naken!


Marforio