Waangewrocht

Verstrikt

Verstrikt in hersenzenuwbanen,

Verward door niet meer uit te stane

Orkanen van de achterdocht.

Door springgetij van wrok bezocht.

Een af en aan fata morgana.

 

Een stem in mijn gehoororganen

Zocht te vermannen en vermanen.

Zodat ik nog wat tegenvocht,

Verstrikt.

 

Luchtspiegeling bij volle maan. En

De weggeslikte zoute tranen,

Een weeklacht uit een kelderkrocht,

Waarin zich bitter wroeging vlocht.

In wilde achtervolgingswanen,

Verstrikt.

 

 

Het houdt niet op

Het houdt niet op met de hartstochten,

De nachtmerries, de wangedrochten.

Ik ga ze na, totaal ontdaan,

En kan hun wartaal niet verstaan.            

Nebbisj, mesjogge en gesjochten.

 

Gewrongen in de vreemdste bochten.

Een spiraal van geestrijke vochten.

Het cirkelt in een kronkelbaan.

En houdt niet op.

 

De maalstroom van waanzingewrochten,

Waarin we naar de slotzin zochten.

De onzin zal ik overslaan.

Dan blijft er nog alleen de waan,

Tot aan de late nevelochtend.

Dan houdt het op.

 

 

Wanen

 

Van alle wanen mag ik de megalomane,

Onder de inbeeldingen liefst de grootheidszucht.

Dan neemt de fantasie haar allerhoogste vlucht.

Dan tonen zij zich ijlings, al de momentane

 

Verheerlijkingen van mezelf en komt spontane

Zelfoverschatting op in pantomimeklucht,

En ook de hovaardij is niet meer van de lucht.

Verwaandheid is de max van alle wanen.

 

En ook ben ik niet vies van beetje schizofrene

Fata-morgana’s, zo ver mogelijk gezocht,

Als nodig met behulp van hallucinogene

 

Substanties. Maar dan komt alsnog de achterdocht,

Het achterlijkste van de waanzinfenomenen,

Een vleermuis opgestegen uit de hellekrocht.